Wetenschap en technologie (W&T) is een manier van kijken naar en benaderen van de wereld. Vanuit hun verwondering en nieuwsgierigheid stellen kinderen vragen of signaleren ze problemen of behoeften. Bij W&T-onderwijs leren kinderen antwoorden te (onder-)zoeken op vragen en oplossingen te bedenken voor problemen. Kinderen leren al doende het onderzoeks- en ontwerpproces te hanteren en zich daarbij denkwijzen eigen te maken. Omdat de vragen en problemen altijd betrekking hebben op een onderwerp, leren ze ook over gebeurtenissen, gebieden, organismen, verschijnselen en voorwerpen die in de wereld om hen heen voorkomen of plaatsvinden.

Bij W&T is veel ruimte voor de brede ontwikkeling van leerlingen. De W&T-benadering sluit aan bij hoe kinderen zich verhouden tot hun leef- en fantasiewereld.​

Technologie vs techniek

 ​​​​​​​​​​​​​Wat is het verschil?

Aansluitend aan de verkenningscommissie wordt in het leerplankader en deze website gesproken over wetenschap en technologie. Daarnaast heeft men het vaak over wetenschap en techniek. Soms worden beide begrippen ook wel door elkaar gebruikt. Is er verschil tussen techniek en technologie? En wat is dan het verschil?

Techniek

Alles wat mensen hebben gemaakt (stoel, kaas, satelliet, T-shirt) hoort bij techniek. Techniek voorziet in concrete oplossingen voor problemen en voor behoeften die we als mens nodig hebben om te (over)leven. In het basisonderwijs wordt techniek veelal geassocieerd met het leren over typen constructies, verbindingen en overbrenging en het gebruiken van materialen en gereedschappen om iets te maken.

Technologie

Technologie kan worden opgevat als 'de wetenschap van techniek' en is gericht op een specifiek doel. Het wordt geassocieerd met het produceren van nieuwe, innovatieve dingen, waarbij kennis uit verschillende wetenschappen wordt gebruikt. Als de benodigde kennis te kort schiet, wordt deze verbeterd en aangepast om het doel te bereiken. Dat leidt tot kennisontwikkeling.

Nadat Heike Kamerlingh Onnes in 1908 erin was geslaagd om helium vloeibaar te maken begon hij met een reeks experimenten om definitief een antwoord te verkrijgen over de elektrische weerstand van metalen rond het absolute nulpunt. Uit proeven was bekend dat de weerstand afneemt naarmate de temperatuur daalt, maar de natuurkundigen verschilden van mening over wat met de weerstand zou gebeuren bij het absolute nulpunt.